Twin Grill Roadster
VINTAGE PORSCHE
home


Porsche 356 Twin Grill Roadster





1993

In 1993 bemachtigde ik in California deze '62er Twin Grill
Roadster en daarmee kwam nummer 89714 terug op zijn
geboortegrond. Hij werd gebouwd bij D’Ieteren in Brussel...




2004

In 2004 heeft hij een andere kleur en mijn tuin is er in elf
jaar ook een flink stuk op vooruitgegaan zoals u kunt zien.




1962

In het begin van zijn leven werd met mijn Twin Grill geraced in de VS. De auto
had hier zijn oorspronkelijke kleur, namelijk elfenbein. Het ruitframe bleef thuis.


Met deze Roadster kon Paul aardig uit de voeten. Dit speelde zich af in 1968.
Op de linkerfoto is in de rechterbovenhoek een Porsche 911 waar te nemen.


Nieuwe eigenaar, nieuwe kleur. Gelet op de VW-Porsche is het begin jaren '70.



1954. Een cultauto wordt geboren.

De Porsche Speedster viert in 2004 zijn 50-jarig jubileum. Het verhaal over de
ontstaansgeschiedenis van deze cultauto is al zo vaak uitgekauwd, dat onder
Porschekenners een korte samenvatting moet kunnen volstaan. Max Hoffmann
importeerde in New York leuke Europese sportwagens. Alle merken haalde hij
in huis en daarbij mocht natuurlijk het merk Jaguar en Porsche niet ontbreken.


Park Avenue, New York, 1954. Een blik in de showroom van Max Hoffman.

De klanten die een Jaguar XK hadden gekocht belden Max zo vaak uit zijn bed omdat ze weer eens met pech stonden, dat de goede man niet meer aan slapen toe kwam en een zenuwinzinking nabij was. En hoe verging het intussen ‘made in Germany’? Uitsluitend blije gezichten. Dat bracht Hoffmann ertoe om aan William Lyons voor te stellen om wat Porsche ingenieurs naar Jaguar te sturen om die mannen wat bij te laten spijkeren op het vlak van betrouwbare techniek. Bij Porsche noch bij Jaguar liep men echter warm voor dit idee.


"The other side of the Jaguar equotation was a pathetic record of breakdowns
and repairs that kept Hoffman's mechanics busy and his phone ringing off
the hook with complaints" .

Porsches waren vanaf het eerste begin dus al deugdelijk. Er was maar één probleem, en dat was hun prijskaartje. Ze waren stukken duurder dan hun Engelse concurrenten met vergelijkbare cilinderinhoud. Max Hoffman heeft heel wat keren aan die prijs zitten trekken en duwen, maar in ‘Germany’ gaven ze geen duimbreed toe. Maar toen Hoffman bleef aandringen en ook nog het voorstel deed om dan maar een uitgeklede versie te leveren om onder de 3000 dollar grens te blijven, toen gingen ze bij Porsche eens kijken wat ze allemaal weg konden laten aan een cabrio. Het resultaat was een minimalistisch ding met een ongevoerd cabriokapje en canvas opsteekraampjes. Als je gesloten reed keek je door een brievenbus de wereld in. De ‘all wheather” kap maakte zijn naam volledig waar. Het weer buiten had men ook binnen in de auto. De ‘poor man’s Porsche’ was geboren.

Tegenwoordig word je doodgegooid met de kreet ‘de klassieker van de toekomst’, als er weer eens iets nieuws op een autosalon staat. Moedeloos word je ervan als fabrikanten en autojournalisten zo hoog van de toren blazen over iets dat nog zijn bestaansrecht moet bewijzen.


Klassiekers worden niet geboren. Klassiekers ontstaan. Het beste
bewijs daarvoor is de Speedster. Een rare omgekeerde badkuip met
afgezakte koplampen. Toen een voordeelaanbieding; nu dè cultauto.


Forever young

Nu moeten er ook nog wel wat spannende gebeurtenissen in het leven van zo’n auto plaatsvinden die zijn historie een beetje opleuken. Neem het icoon James Dean, die een Speedster kocht. Maar die zich daarna op overtuigende wijze te pletter reed in een eveneens aangeschafte Spyder die hij toepasselijk 'Little Bastard' had gedoopt. De Speedster is echter altijd aan zijn kont blijven hangen als de ‘James Dean auto’. Op jonge leeftijd de dood vinden in een Porsche. Dat is toch veel mooier dan een slopend ziekbed en treurig volk met bloemen en fruitmandjes aan je voeteneinde. Geen gezeur. Grande finale en forever young. Je moet er toch niet aan denken dat James Dean nu oud, dik en kaal zou zijn!


James Dean, forever young...

Naar de filistijnen

Als iemand een heel sterk verhaal vertelt over een schuurvondst komt er steevast een Speedster onder het stro uitrollen. Helemaal puntgaaf, ongelast en origineel. Maar helaas zijn er zo niet veel meer. Extra licht als ze waren zonder al die onnodige ballast en accessoires - en je kon de voorruit er gemakkelijk af halen! - werden ze nog al eens ingezet als racer en op die manier zijn er helaas nogal wat Speedsters om zeep geholpen. De grens tussen ‘één met je Speedster’ en ‘één met een boom’ was immers flinterdun.


Op deze wijze zijn helaas heel wat Speedsters en Roadsters om zeep geholpen.

The last of the breed

Waar er helemaal weinig van zijn, dat zijn de allerlaatste tweeziters op basis van de Speedster. Na de Convertible D op basis van het A-type kwam de Roadster, op basis van de B T5 carosserie. Voorzover ik kan nagaan waren deze gemotoriseerd met maximaal 75 PK. Toen het type T6 werd geïntroduceerd bouwde men bij d’Ieteren in België nog een handjevol Roadsters op basis van de brede neus, de dubbele grill en de tankvulopening in het spatbord. Niet meer dan 249 ‘Twin Grill Roadsters’ rolden er in Brussel van de band. 219 stuks werden voorzien van het voor de Roadster tot dan toe gebruikelijke 75 PK motorblok. En 30 exemplaren kregen een Super 90 blok in hun achterste gestoken.


Super 90 powerrrrrr. Dat schiet lekker op!

De T6 Roadster is zo extreem zeldzaam, dat hij in de meeste Porsche stambomen niet eens wordt vermeld! Overigens zijn de meningen verdeeld over de reden waarom Porsche stopte met de productie bij d'Ieteren, welke beslissing meteen het lot van de 356 Roadster bezegelde. Einde verhaal. Het gehanteerde argument dat de kwaliteit bij d'Ieteren onvoldoende was is nonsens, want iedereen is het er over eens dat die kwaliteit met kop en schouders uitstak boven die van Drauz. En daarover is nooit door Porsche geklaagd.



Toeval bestaat niet

In maart 1993 was Bob Hahn weer eens op expeditie in California. Dagelijks hadden wij telefonisch contact en ik liet mij daarbij terloops ontvallen hoe geweldig ik een Twin Grill Roadster eigenlijk wel vond. Nou, dat was ook toevallig, want Bob had bij Grand Prix Classics in La Jolla toch een mooie zien staan! Een rode Super 90. In concoursstaat.







Nu ben ik van mening dat mooie en zeldzame dingen best wat mogen kosten. Er komen er nooit meer van en het is een goede investering. Ik heb dus even geslikt bij het bedrag en vervolgens Bob autorisatie gegeven om het ding toch maar voor mij aan te kopen. Het grote wachten brak aan, want die oversteek duurt wel eventjes. Aangezien in mei de Europese 356 meeting van 1993 in Frankrijk zou plaatsvinden was het spannend of mijn aanwinst op tijd zou arriveren om ermee te kunnen deelnemen aan dit evenement.

Meteen door naar Frankrijk

Het werd spannend. Heel spannend. Ik zal u niet lastig vallen met mijn strijd met Belgische douaneambtenaren, maar exact een dag voor het geplande vertrek naar Frankrijk stond de Twin Grill Roadster op mijn oprit. Een heel waagstuk natuurlijk, om als maiden trip meteen deze reis te ondernemen, maar het was toch een Porsche? En Dokter Bob was toch nooit ver uit de buurt?


Dokter Bob, 356 specialist

In California schijnt altijd de zon. Hoe ik dat weet? Welnu, de ruitewissers bleken nadat zij uit de startblokken waren gekomen meteen vast te lopen. Waarschijnlijk gemonteerd door de jongste bediende. De ruitensproeier functioneerde evenmin. Omdat er geen slangetjes en geen klepjes waren gemonteerd. Dat is namelijk ook niet nodig in California. De rest van de avond heb ik benut om dat probleem op te lossen, wat niet zo erg moeilijk was. Het is immers allemaal ‘begrijpelijke techniek’. Wat in California ook niet nodig was ondervonden we de volgende ochtend, toen we bij zonsopgang in de hozende regen vanuit Kalmthout vertrokken op weg naar ons rendez-vous met de overige Nederlandse deelnemers. Mijn vrouw had me er al van proberen te weerhouden om te gaan met zulk pokkenweer, maar ik beschik over veel overtuigingskracht. Zij gelooft in mij... Je rijdt dan vervolgens met beslagen ramen de straat uit en - stijf in de stress - je draait de kachel eens even helemaal open middels die bakelieten knop op de tunnel. Hallo.... is daar iemand?? De kachelpotten bleken niet aangesloten. Ik mocht nog van geluk spreken dat er überhaupt kachelpotten onder de auto zaten. Snel weer terug naar huis? Dat was geen optie, want dan misten we ons rendez-vous. Het enige geluk was dat het hozen overging in regenen en dat ik op de tast - met mijn hand aan de vangrail - het afgesproken ontmoetingspunt heb kunnen vinden. Op tijd, want in dat opzicht laat een Porsche je natuurlijk nooit in de steek. Hetzij door overmacht als een gebroken krukas. Maar nooit door onbenullige technische mankementen.


Nog handenwrijvend van de kou. Even later heeft dokter Bob het probleem met een elastiekje
en een ijzerdraadje verholpen.



Een uurtje later brak de zon door. De kappen zouden gedurende de rest van de trip openblijven.

Dokter Bob wist natuurlijk raad. Waar hij zo snel een paar postelastiekjes vandaan haalde weet ik niet, maar even later waren ze op de hevels van de kachelpotten gespannen. Als dan even later je ruiten weer doorzichtig zijn ga je natuurlijk niet zitten zeuren over het feit dat zich op je voeten brandblaren vormen en dat de temperatuur in de auto oploopt tot 53 graden. Je telt je zegeningen en je geeft gas om je positie in de colonne te behouden. Het werd nog een fantastisch weekend, daar in het Loire dal. De zon brak door, ging vervolgens niet meer weg en in die Franse entourage hebben we intens genoten. Wat een spektakel en wat een goede organisatie!







Blaasjes

Veel bewonderende blikken oogstte ik met mijn aanwinst. Zo was er een Belgische dokter Thiriar, die ongevraagd en onuitgenodigd door en onder mijn auto begon heen te tijgeren, daarbij geassisteerd door zijn vettige boordwerktuigkundige, die ook zijn echtgenote bleek te zijn. Dokter Thiriar blijkt een autoriteit te zijn op het gebied van Speedsters en Roadsters. Hij heeft talloze publicaties en boeken op zijn naam, maar dat wist ik op dat moment nog niet. Maar niet alleen bewondering werd mijn deel. Want op de linkerflank en op de achterkant van de auto zat in de lak een subtiel spoor van kleine blaasjes, die - als je er maar lang genoeg naar keek - steeds groter leken te worden. Die blaasjes trokken alle aandacht naar zich toe. Ik werd er nog net niet door de omstanders met mijn neus bovenop gedrukt, maar voor mijn gevoel scheelde het niet veel. Er zat maar een ding op. Kaal halen, saneren en opnieuw glad maken en spuiten. Om die inspanning zichtbaar te maken besloot ik om het Indisch Rot om te zetten in zilver. Dat vond ik mooier en bovendien had ik ook al een robijnrode '64er SC coupe.

Luctor et emergo

In 1995 vond de Europese meeting plaats in Florence. In alle vroegte blèrden we (open!) op topsnelheid naar Düsseldorf, van waaruit we met de autotrein naar Innsbruck zouden gaan. Eenmaal van de trein toch maar even het oliepeil gecontroleerd. Het was schrikken toen de kap openging. De hele motorruimte droop van de olie. En we hadden geen idee waar het vandaan kwam. In de daaropvolgende dagen streden angst en plezier om voorrang. Lekker gas geven was er niet meer bij. Liters olie werden bijgevuld en het kwam er weer even hard uitzetten.


Als we wegreden leek het wel of er een Engelse auto gestaan had. Ik schaamde me dood en verontschuldigde me bij de omstanders. Nee hij lekte niet, maar het was nogal een dominant autootje en hij had alleen maar zijn territorium afgebakend... Zolang we het oliepeil boven de minstreep konden houden - luctor et emergo - was repatriëren geen optie. Maar we hebben het gered.

De meeting was geweldig. Italianen zijn een autogek volk en als we met de karavaan door de dorpen scheurden (dat was geoorloofd!) werden we ook nog aangemoedigd en toegeroepen door de locale bevolking. Bella, Bella! De Carabinieri hadden een 50er jaren Alfa van stal gehaald waarmee ze de strijd wilden aanbinden met onze 356's, maar in de bergen werd dat ding compleet zoek gereden door onze Duitse volbloeds. Het was geen partij en de heren gingen een paar keer langs het randje. Want het blijven natuurlijk macho's die zich niet graag op hun kop laten zitten.

Nadat we uiteindelijk met de nachtautorein vanuit Milaan waren thuisgekomen werd al snel duidelijk waar de oliemisère vandaan kwam. Het was een van de weinige Super 90 kwaaltjes. Aan de basis van de oliekoeler was op het carter de console gescheurd. De ventilator van de luchtkoeling had de olie rondgeblazen. Wat nu? Een optie is om de motor te demonteren en het aluminium langdurig schoon te stomen. Als het dan vetvrij is las je de scheur dicht. Deze operatie heeft statistisch 50% kans van slagen. Proberen dus maar. En het scheen te lukken. Ik kon weer voort.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden...

Maar niet voor lang. Een paar maanden later was het weer mis. En zat er niets anders op dan de auto naar Almere te brengen met het verzoek om een nieuw super 90 carter op te sporen en te monteren. En omdat zulke carters nu eenmaal niet op het erf bij Keverland liggen viel ik behoorlijk in de prijzen. Maar voor een 356 moet je nu eenmaal alles over hebben. Met je kind ga je toch ook naar de beste dokter als er iets ernstigs aan de hand is? En toen de operatie achter de rug was kon ik tenminste weer zonder angst een flinke dot gas geven.

Remperikelen

Rijden doet de auto geweldig, maar op het remvermogen viel op een zeker moment toch wat af te dingen. Niet echt overtuigend en ook wat scheef. Daarom maar eens aan de tandjes zitten stellen, zelfs op de remmentestbank. De trommels waren een beetje onrond, dat merkte je al aan het slepen. Nadat de afwijking voor en achter tot ca. 5% was gereduceerd konden we weer verder. Maar de volgende dag was het weer hetzelfde scheve liedje. Na demontage van de trommels werden een paar zaken duidelijk. De blikken borglipjes in de achtertrommels waren links helemaal verdwenen en rechts verfomfaaid. Dus de steltandjes hadden geen houvast. En iemand had ooit een kilometertje of tien op de handrem rondgereden, te oordelen aan de verglaasde voeringen. En één remcilindertje was nattig. Bij zoveel treurigheid zit er nog maar één ding op. Demonteren die boel en naar Eindhoven brengen, alwaar Rob de Rooy aan het hoofd staat van de intensive care voor zieke remmen (Kleine Bleekstraat 13, 5611VC Eindhoven, tel: 040 2114366). Rob is overigens ook sinds kort zelf de gelukkige bezitter van een Roadster. Na zijn vakkundige bemoeienis waren de trommels weer 100% rond en zag de rest er ook weer fit uit. Ik hoef nu nog maar naar het rempedaal te kijken en de auto gaat kaarsrecht in de ankers. Precies zoals de professor het bedoeld heeft.


Ovale trommels, scheef remgedrag, glazige voeringen, lekkende remcilinders.
Hier moest professionele hulp komen. Rob de Rooy in Eindhoven wist raad.


Ronde trommels, frisse en pasgemaakte voeringen, gereviseerde remcilinders,
nieuwe slangen en een alleszins acceptabele nota van 490 Euro inclusief BTW.


Dat ziet er weer gezond uit. De trommels lopen mooi rond zonder te slepen en er is weer 'bite'.





Klik op de foto's voor een grotere afbeelding


In september 2005 is dit bijzondere exemplaar in het bezit gekomen van Hans Dielen, bepaald geen onbekende in de 356 wereld.