modelvliegen
ARTHUR'S PASSIONS
home


Modelvliegen vanaf de jaren '60 tot heden


Lijnbesturing in 1965, een razendsnelle RC pylonracer in 1972 en tegenwoordig 'tamme' schaalmodellen


Vgoeg‚‚‚h..

Met de geavanceerde elektronica waar we tegenwoordig over beschikken is ook de modelvliegerij er een stuk gemakkelijker op geworden. Iedere beginner heeft al meteen de beschikking over perfecte afstandbesturing. Digitaal, absoluut storingvrij en verhoudingsgewijs spotgoedkoop. Maar wie in het midden van de vorige eeuw wilde modelvliegen, begon met balsamodelletjes met een zogenaamde rubbermotor. Dit was niets anders dan een door de romp gespannen streng elastiek, waarmee de propeller werd opgewonden, om vervolgens na de lancering een 20 tal seconden af te draaien. Het was een leerzame bezigheid om goed vliegende kistjes te construeren, meestal vanaf tekening. Mijn oom Arie wijdde mij in. Na verloop van tijd moest er maar eens een echte motor op. Een 2.5 cc dieselmotortje, dat liep op een mengsel van ether, petroleum en wonderolie. Bij het starten bokte de propeller zo hard terug dat je met je handen tussen je benen liep te dansen. Het maakte allemaal niet uit. Die littekens hoorden er gewoon bij en ze zagen er alleszins stoer uit. Afstandbesturing was in die tijd nog een kwestie van twee dunne staaldraadjes van ca. 10 meter lengte en een handvat. Via een scharniermechaniekje werd het hoogteroer bediend. Modelvliegen was op je plek ronddraaien, tot je er duizelig bij neerviel. De toeschouwers hoorden keihard gejank. Hier werd het Doppler effect uitbundig gedemonstreerd: 'iiiiaaaaa iiiiiaaaaa iiiiiaaaaa'. Over geluidsoverlast werd in die tijd niet geklaagd. Maar we zaten toen ook nog niet met 16 miljoen veel te korte lontjes op elkaars lip.

De eerste modelbouwzaak

Met groot ontzag keken we naar de knappe pioniers zoals Jacky Hoogewerff, die zelf hoogwaardige radiobesturings apparatuur bouwden. Want die apparatuur was nog nauwelijks te koop, en onbetaalbaar. De transistor was net in opkomst. In de Goudsewagenstraat in Rotterdam had je in de jaren zestig de enige echte modelbouwzaak van Nederland, Popular Technics. Eigenaar Evert Kreulen had prachtig spul in de etalage staan. Amerikaanse Orbit zenders. Grote metalen kasten met veel knoppen, schakelaars en metertjes. Metersgrote vliegtuigen met immense gloeiplugmotoren hingen er aan de muur. De cilinderinhoud van wel 7.5 of 10 cc boezemde ontzag in. Dit was het echte werk... Het draadloos laten bewegen van de roeren middels zoemende servo's was nog magisch. Net zoals de geur die er in de zaak hing. Een mix van spanlak, ether en balsalijm. Als je het mij vraagt ligt dit mengsel aan de basis van modelbouwverslaving. Aan het eind van de jaren zestig had je in Pijnacker de groenteboer Quartel, die een paar zoons had welke bezeten waren van modelvliegen. En van echt vliegen... ťťntje is later piloot geworden op een Lear Jet. Quartel deelde zijn dubbele etalege aan de Emmastraat in tweeŽn, en ťťn helft werd ingericht met modelbouw. Je ging in dat kleine winkeltje gebukt onder alle opgehangen vliegtuigjes, maar de man had binnen de korste keren een assortiment in huis waar je stil van werd. Vervelend was het, dat de sympathieke Quartel regelmatig werd bestolen door sommige klanten. De motortjes en ander kostbare spullen stonden in die tijd nog niet achter glas maar lagen vrijwel voor het grijpen. Later verhuisde de winkel naar de Kerkweg en thans is het bedrijf in heel Nederland te vinden. De naam Quartel is synoniem met modelbouw.


Ex groenteboer Quartel - zo'n aardige kerel! - heeft de modelbouw in Nederland een reusachtige impuls gegeven

Eenkanaal dans

De knapsten onder ons bouwden dus zelf hun een-kanaals zender. In de praktijk was dat meestal een sigarenkistje met een drukbel, en de top van een bamboe hengel met een gespannen staaldraadje als antenne. Je had toen de 'eenkanaal dans'. Die bestond daaruit dat je met beide armen omhoog in de lucht zwaaide om je antenne maar zo hoog mogelijk te houden en je bereik te vergroten. Ook werd er wel eens een oud vrouwtje van haar fiets gerukt omdat dit vervoermiddel nodig was voor de achtervolging van het op drift geraakte vliegtuigje. De energie voor de stuurservo in het vliegtuig kwam aanvankelijk van een opgewonden elastiekje. Door afwisselend een of twee keer kort op de drukbel te tikken stelde je in het vliegtuigje een relais in werking waardoor het richtingroertje ofwel links of rechts uitklapte. Maar om rechts te sturen moest je eerst door links heen, want het was een cyclus. Als je het een-twee ritme van tikken niet goed beheerste gaf je in plaats van het gewenste rechts een linker stuurbeweging. Niet zo best als je al in een linkerbocht lag. Zelden kwam je met je vliegtuig heelhuids thuis. Meestal werd het weer gereduceerd tot bouwdoos. Voor de kenners: later kwam nog het 'escape' systeem, afgelost door 'galloping ghost'. De ontvangertjes gingen van superreg naar superhet. Langzaam maar zeker werd het wat met de besturing. De vliegtuigjes in die periode waren noodzakelijkerwijs vrij stabiel door een laag zwaartepunt en grote V-stelling. Daarom was het geen overbodige luxe om je naam en adres aan de binnenkant van je kistje te plakken. Ze konden een heel eind komen op zo'n tankje van 150 cc inhoud. Wat zegt u? Verzekering? Nee, daar deden we toen nog niet aan...




De zwart-wit periode van de modelvliegerij. Ik ben hier 19 jaar.
Op de derde foto de onbehouwen grote Bonner servo's



Tip-tip

Naast Orbit kwam ook de Amerikaanse wereldkampioen RC vliegen (Phil) Kraft met meerkanaals besturingsapparatuur, in die tijd allemaal volgens het tip-tip principe. Dat werkte als volgt. In de ontvanger zat een reed relais ofwel 'tongen' relais. Per aangesloten servo zaten in de ontvanger twee tongen; een voor elke richting. Met een zeskanaals zender kon je dus drie functies sturen. Hoogteroer, richtingroer en gas. Elke functie had op de zender een tuimelschakelaar, met een neutraal stand en twee richtingen. Door nu een bepaalde richting uit te duwen, ging de tong van het reed relais op zijn bestemde frequentie trillen. Dit hoorde je ook als een toon. Zes tongen hadden verschillende lengtes en overeenkomstige tonen. Je kon dus het Wilhelmus spelen met deze apparatuur, zeker met acht kanalen. De trillende tong maakte contact, en de aangekoppelde servo bewoog dan met een volle uitslag. Dosering van die uitslag was mogelijk door stootsgewijs tegen de schakelaar te drukken, vandaar de naam 'tip-tip'. Het zichtbare gevolg in de lucht was dat een vliegtuig a..h.w. trappen liep. En de complicatie was, dat het mechanische tongenrelais nogal eens de neiging had om mee te resoneren op de motortrillingen. Op de grond gebeurde dit niet, maar eenmaal in de lucht kon de romp zijn trillingen niet meer kwijt en trad een andere situatie op, die nogal eens voor nare verrassingen zorgde. Het lijkt een kommer en kwel verhaal, maar ik kan u verzekeren dat we nog nooit zo veel lol gehad hebben als juist in die tijd. Beter is niet altijd leuker. Aan het eind van de jaren zestig kwam de eerste goede proportionele besturingsapparatuur op de markt. Dat wil zeggen dat de zender was uitgerust met echte stuurknuppels, en dat de servo's exact de uitslag van die knuppels volgden. Ook de trimfunctie om op elk kanaal de neutraalstand af te regelen was een zegen. Een vierkanaals (daar kon je dus echt vier functies mee sturen) Simprop zender kostte 1100 gulden.Een fortuin! Tegenwoordig kost betere apparatuur de helft. Als je de inflatie doorcalculeert zou je kunnen zeggen dat apparatuur nu nog maar 20% kost in vergelijking met toen.

Van balsa naar polyester

In de 70er jaren kwam er ook een mooi aanbod van polyester rompen, vleugels in tempex, afgewerkt met dunne abachi fineer, krimpfolie als bekledingsmateriaal, (pneumatische) intrekbare landingsgstellen, zgn. Schnuerle ported motoren, expansieuitlaten etc. Allemaal goed voor prachtige, flitsend snelle kisten. Topsnelheden van meer dan 200 km/u werden gerealiseerd. Nog steeds waren er weinig klachten over herrie. De tweetakten mochten net zo hard loeien als ze wilden. Later zouden stillere en technisch mooiere viertaktmotoren de dienst gaan uitmaken.



Mooie kisten uit de jaren '70:


Klik op de foto's voor een grotere afbeelding. Er komt al wat kleur in. Op de tweede en derde foto de Pulsar voor en na een
mid-air crash. Dan een razendsnelle pylonracer, de Minnow van Topp. Gevolgd door de Curare van Hanno Prettner met
zijn merkwaardige negatieve V-stelling van het stabilo. Voorzien van Rhom-air retracts. Het interieur toont dat ik toen ook
al een Pietje Precies was. En tenslotte de kist waar ik in die beginjaren het meeste plezier aan heb beleefd: de Kwik-Fly.


Helicopters

Het zal duidelijk zijn dat het vliegen van helikopters alleen maar mogelijk is met goede afstandbesturing, en zodra deze beschikbaar kwam wierp een aantal mensen zich op het ontwerpen van een modelheli.


Must see: op Youtube de eerste ontwikkelingen met modelhelikopters in de jaren '60, drie 8 mm films uit uit het archief van helipionier Dieter SchlŁter.


Een groot pionier op dit gebied was de Rotterdamse ingenieur Van der Velden. Als je op zijn naam klikt kom je op een prachtige reportage uit de vroege jaren '70 over deze man. Van der Velden ontwierp alles en maakte alles zelf. Zo bouwde hij een schaalmodel van een Bell UH-1 en hij maakte zelfs het Hiller besturings systeem op schaal na. De kist heeft gevlogen (wie leerde V.d. Velden helivliegen??), maar de zenuwen gierden iedereen door de keel, vanwege alle jaren werk die er in zaten. Van der Velden had het ook allemaal veel te mooi gemaakt. Woorden schieten te kort om de perfectie van zijn heli te beschrijven. Zelfs als statisch model had het de hoofdprijs in de wacht gesleept. Op een zeker moment was hij uitgenodigd om in het televisieprogramma "De Vuist" van Willem Duys een demonstratie te geven. Dit was een live programma vol verrassingen. V.d. Velden had de pech dat zijn motor niet wilde starten, wat hij ook probeerde. Het was een trieste anticlimax voor deze vakman, die helaas veel te vroeg is overleden. In Duitsland pakte ingenieur Dieter Schlueter het praktischer aan. Zijn uitgangspunt was eenvoud een haalbaarheid. Dit resulteerde in een schaalmodel van een UH Cobra. Het model werd in serie geproduceerd door Hegi. Een praktische centrifugaalkoppeling, oliebad tandwielkast, een rotor met vaste spoed plus een hulprotor voor de aansturing. Het was simpel en het werkte. Overigens niet voor lang, want de tandwielen en lagers lagen al snel te ratelen in hun kast. Graupner deed ook nog een succesvolle gooi met zijn Bell 212, alreeds met collectieve pitch door middel van een holle rotoras. Het neusje van de zalm kwam medio jaren '70 in de vorm van de Kavan Jet Ranger. Een schitterend schaalmodel met variabele spoed op de hoofdrotor. Het geheel was zowel uiterlijk als mechanisch een lust voor het oog, maar er hing wel een prijskaartje aan. Onderstaand een paar foto's van mijn Hegi Cobra en Kavan Jet Ranger.










Klik op de foto's voor een grotere afbeelding. De eerste bruikbare modelhelikopter was de Cobra van SchlŁter, die werd verkocht door Hegi. Een paar jaar later was het
de beurt aan de schitterende Kavan Jet ranger met verstelbare spoed. Er wordt op de vierde foto ernstig gekeken naar deze investering.


Mechanisch mixen

Mechanisch zat het wel goed met de heli's, maar de radiobesturing had nog zijn beperkingen. Daartoe moet ik eerst wat uitleg geven over zogenaamde gekoppelde functies bij de besturing van een helikopter. Elke stuurbeweging heeft invloed op andere functies. Als de spoed van de hoofdrotor wordt vergroot, moet dit door een grotere spoed van de staartrotor worden gecompenseerd. De relatie, of zo je wilt curves van deze bewegingen kun je alleen in de praktijk afstellen. Bij de eerste heli's gebeurde dit mechanisch. Via allerlei stangenstelsels werden bewegingen gemixed en overgebracht. Als het niet klopte, dan moest je de motor afzetten, demonteren, wijzigen en alles opnieuw proberen. Monnikenwerk. Vandaag de dag mixen we elektronisch. Elke servo is direct gekoppeld aan zijn eigen functie en alle onderlinge samenhang wordt vanuit de zender geprogrammeerd. In elke verhouding, in elke curve. Procentje meer, procentje minder. Lineair of exponentieel, of ergens tussenin. Nog zo'n zegen is de gyroscopische ondersteuning. Een heli wil alle kanten op, en daar heb je de handen aan vol. Daarom is het prettig dat er een hulpmiddel kwam om in ieder geval de neus in de juiste richting te houden. Eerst waren dit mechanische, sneldraaiende tol gyro's die een hoop accu energie verslonden. Nu zijn het hypergevoelige en zuinige piezo gyro's.

CoŲrdinatie

Een moeilijkheid bij modelvliegen zit hem in de coŲrdinatie van bewegingen. Als je van je af vliegt is links links en rechts is rechts. Als je op jezelf af komt is het andersom. Als je in rugvlucht op jezelf af komt is het dubbel andersom. Op het moment dat je de kunst goed beheerst kun je op volle snelheid in rugvlucht op 1 meter langs jezelf vliegen, op 30 cm hoogte. Als tenminste je kist daarvoor geschikt is, zoals de afgebeelde Curare, een snelle aerobatic wedstrijdkist met intrekbaar landingsgestel. Bij een heli wordt het nog een graadje ingewikkelder. Een stuurbeweging van de hoofdrotor naar rechts wordt links als je op jezelf afkomt. En als je van jezelf af wilt vliegen moet je de stick naar jezelf toe trekken. Maar een heli kent middels de staartrotor ook een draaibeweging om de as. En een draaibeweging linksom blijft linksom, ongeacht of je wegvliegt of terugkomt. De ene functie moet dus worden gespiegeld en de andere niet. Daar heb je het maar knap druk mee... Het leerproces ging in die vroege jaren steevast ten koste van veel kostbare crashes, en dat verklaarde de terughoudendheid van velen om vanuit een hoover een voorwaartse vlucht in te zetten. Want je wist wel waar je begon, maar niet hoe je eindigt. De ratio tussen leerervaring en schade lag heel ongunstig en dat maakte helivliegen vroeger dus echt een hobby voor hardcore doorzetters. Een lang verhaal kort: bij RC helivliegen moet het 'nadenken' zich ontwikkelen tot reflexen. Tegenwoordig heeft men het heel wat gemakkelijker met simulators die niet alleen grafisch een lust voor het oog zijn, maar die ook het gedrag van de heli 100% realistisch nabootsen. Ik vind zelf de Phoenix simulator top, voor pakweg 100 Euro. Elke crash kost meer...

Herintredende helivlieger...

Maar daar was ik me in het voorjaar van 2010 nog helemaal niet van bewust. Ik had me in geen 35 jaar meer met modelhelikopters bezig gehouden, maar toen kwam mijn compagnon ineens van een zakenreis uit China terug en hij toverde uit zijn koffer een prulletje van een RC heli mee (kostte daar 15 dollar!), zo'n klein coaxiaaltje. Zelfs mijn volkomen 'onhandige' compagnon kon dat ding al de eerste keer in de lucht houden... Ik heb toen voor de gein een instapmodelletje van Robbe gekocht, een Arrow met tuimelschijf en fixed pitch. Het toerental van de staartrotor met fixed pitch wordt heel slim door de gyro aangestuurd naar een apart elektromotortje. Eenvoudig maar heel effectief en inclusief 2,4 Ghz vierkanaalszender voor een grijpstuiver.

Het virus had mij meteen weer te pakken. Tijd dus voor het echte werk. Vlakbij ons bedrijf in Roosendaal bleek het meest gespecialiseerde RC helicopter bedrijf van Nederland te zitten, namelijk Albertino Doomen in Bosschenhoofd met RCHeliparts. Dit zijn professionals pur sang. Albertino vliegt zelfs zijn full scale (!) Schweizer 300 vanuit zijn achtertuin, pal naast vliegveld Seppe. En op zijn zolder is een museum waar je de hele RC helihistorie vanaf 1970 kunt aanschouwen. Een feest van herkenning voor mij, want ik was ťťn van de allereerste heli pioniers in de early seventies. Alles, maar dan ook Šlles wat ooit op dit gebied is gemaakt staat en hangt bij Albertino. De blikvangers zijn de imposante turbineheli's die inmiddels opgang maken in deze hobby. Wat een feest om daar binnen te wandelen, niet in het minst door de gastvrijheid en het aanstekelijke enthousiasme van Albertino Doomen en zijn collega Fred Rombouts.

klik hier voor een spectaculaire YouTube film in HD van de enorme turbine Lama, met prachtig geluid!

In deze inspirerende omgeving heb ik mooi Align matariaal gekocht en inmiddels heb ik een 250 (voor indoor), een 600 met Hughes 500 schaalromp, een nog grotere 700 met dito Hughes schaalromp, in een andere beschildering. Een flybarless 550 voor het lekkere raggen, een een Vario Benzin trainer die inmiddels is gemonteerd in een Jet Ranger romp met een fybarless rotorkop, een Bolkow benzin, die ik nu van een 4-blad kop ga voorzien en het klapstuk: een UH1-1 turbinebeest in schaal 1:6. Het fijne is dat bij RC Heliparts de adviezen zijn inbegrepen. Zeker als je gaat voor het grote werk is het een zegen dat Albertino en Fred je deskundig begeleiden en je zeer kostbare materiaal ook voor je kunnen afstellen en invliegen. Beginners kunnen overigens ook vlieglessen volgen bij RC Heliparts. Ook gevorderden (schaam je niet!), want ook die kunnen nog een hoop van de oude rot Albertino leren.


Voor elk wat wils. Lekker raggen met de flybarless 550 of imponerend schaalvliegen met de Bolkow.


Flying time! De jongens mogen allemaal mee en schikken graag een beetje in.


De T-Rex 600, mooier met een jasje aan.


Inmiddels is ook de T-Rex 700 F3C aangekleed.


Vario Bolkow 105 met 26 cc benzinemechaniek. Gaat ondanks het forse gewicht als een speer.

Inmiddels uitgevoerd met 4-blad kop.


hier een vluchtfilmpje.




De Bell Jet Ranger met benzinemotor is een grotere remake van mijn Kavan Jet Ranger met 10 cc motor uit 1974, te zien op foto's links.



Vervoer op maat in de vorm van een '75er 'Porsche Renndienst' VW bus


Mijn laatste project: de Vario Bell UH-1 1:6 turbine heli met een
JetCat PHT3 Turbine en 17 kilogram startgewicht. Het echte werk...







Met een naaldje en epoxy zijn met eindeloos
geduld de duizenden klinknagels aangebracht.





Het Vario ontwerp voor het koppelen van de zware tailsectie met gezwaluwstaart Multiplex is gedoemd te scheuren. De versterking met deze aluminium plaat maakt het veilig.





Oktober 2012, invliegen bij RC Heliparts
Met dank aan Ad Saman voor de foto's











Zie ook op Youtube:

De eerste testvlucht
met de Bell UH-1D.

Wťl vliegen maar niet bouwen? Grijp uw kans! Mijn professioneel gebouwde en schadevrije big scale heli's ruim ik op: een Bolkow benzine met 4 bladsrotor en als klapstuk de 1:6 Bell UH-1D met JetCat PHT3 en schaalrotorkop. Filmpje hier. Alles kan worden bezichtigd en worden voorgevlogen bij RC Heliparts in Bosschenhoofd.
Zo'n UH-1D schaalturbine komt qua sensatie heel dicht bij de echte helicopter die ik bouwde in 1998, maar is wel een stuk veiliger, want een crash hoef je tenminste niet met de dood te bekopen zoals de 7 mensen die omkwamen in de Mini-500 plus een stel (zwaar)gewonden.

Van modelbouw naar de zelfbouw van full scale vliegtuigen en helicopters klik hier

En tenslotte het echte werk. Het halen van het PPL vliegbrevet en de doorgroei naar complex planes.


home